uitleg programma

Het programma bestaat uit twee delen, de voorbereidende fase, en de overgangsfase.

DE VOORBEREIDENDE FASE

Na jouw besluit om te stoppen ga je weerstand opbouwen tegen het roken. Weerstand is een sterk afremmende kracht, die het je uiterst moeilijk kan maken. Je moet door een sterke barrière heen om iets te kunnen doen waartegen je – onbewust – weerstand hebt. Want deze weerstand bevindt zich altijd op onderbewust gebied.
Door nog een maand lang door te blijven roken terwijl je verschillende oefeningen doet, laat je de weerstand tegen het roken groeien tot een zeer hoog frustratieniveau. Bij mezelf heb ik destijds de druk zó hoog opgevoerd, dat ik mijn laatste sigaretten huilend opgestoken heb. Ik wilde écht niet meer, maar ik móest roken.

De oefeningen bestaan uit het registreren van emoties, rookrituelen en ademhalingspatronen. Je noteert het een en ander waardoor je een referentiekader hebt dat je kunt gebruiken in de overgangsperiode.
Ben je verpleegkundige of een andere contactwerker, dan begin je al met een aantal yogaoefeningen.

DE OVERGANGSFASE

Wanneer je dan eindelijk mag stoppen, komt er ongelooflijk veel energie vrij. De groeiende weerstand probeerde al een tijdje het roken uit de weg te ruimen, maar dat lukte niet, omdat jij dat bewust tegenhield. Nu je zelf het roken laat gaan, wordt de druk van de ketel gehaald en spuit deze energie tevoorschijn. Deze energie zal je helpen de eerste paar dagen moeiteloos door te komen. Wanneer deze energie weggeëbd is, zul je de nicotineverslaving allang achter de rug hebben. Op onderbewust niveau zal deze weerstand tegen het roken altijd blijven bestaan.
Je zit nu in de ex-roker fase – een fase van ongemakken. Je bent je vaste rituelen kwijt en voelt je emotioneel labiel. Bovendien gaat je lichaam zich nu reinigen van alles wat het heeft moeten verduren. Dat kan gepaard gaan met o.a. hoesten. Met behulp van het werk in de voorbereidende fase, denkoefeningen, en een paar specifieke yogaoefeningen zul je deze ongemakken overwinnen. Bovendien zullen je laatste herinneringen aan het roken zó slecht zijn, dat je hier absoluut niet meer naar terug verlangt.

Het zal voor iedereen verschillend zijn hoe lang deze fase duurt. Voor mij heeft het – na twintig jaar roken – iets langer dan een half jaar geduurd voordat ik mezelf niet-roker kon noemen. Als ik mensen zie roken, vind ik het bijna onvoorstelbaar dat ik het ooit heb gedaan. Verstandelijk weet ik dat ik ooit gerookt heb, maar ik kan er absoluut niets meer bij voelen. Behalve dan dat ik blij ben dat ik het niet meer hoef te doen.